Een gewone speedtest zegt niets over videobellen. Wij simuleren een écht gesprek: data omhoog én omlaag tegelijk op realistische bitrates, terwijl we live meten of jouw verbinding het volhoudt.
Een videogesprek is technisch het zwaarste wat je verbinding dagelijks doet. Anders dan bij streamen of downloaden moet je lijn continu data in twee richtingen tegelijk versturen, zonder onderbrekingen, met een vertraging van hooguit enkele tientallen milliseconden. Een verbinding van 500 Mbps die elke paar seconden een latentiepiek heeft, geeft een slechter gesprek dan een stabiele lijn van 25 Mbps.
Deze test simuleert daarom een echt gesprek: we sturen circa 3,5 Mbps omhoog én omlaag tegelijk — vergelijkbaar met een HD-groepsgesprek — en meten ondertussen elke halve seconde de latentie, jitter en pakketverlies. Dat is precies het verkeerspatroon waar videobel-apps mee werken, en precies wat een gewone speedtest nóóit meet.
Dit zijn de officiële, door de leveranciers zelf gepubliceerde bandbreedte-eisen. Ze vallen bijna altijd lager uit dan mensen verwachten.
| Platform | Situatie | Omhoog | Omlaag |
|---|---|---|---|
| Microsoft Teams | 1-op-1 video, minimum | 150 kbps | 150 kbps |
| Microsoft Teams | 1-op-1 video, aanbevolen | 1,5 Mbps | 1,5 Mbps |
| Microsoft Teams | Vergadering, aanbevolen | 2,5 Mbps | 4,0 Mbps |
| Microsoft Teams | Schermdelen, aanbevolen | 1,5 Mbps | 1,5 Mbps |
| Microsoft Teams | Alleen audio, aanbevolen | 58 kbps | 58 kbps |
| Google Meet | 720p video | tot 1,7 Mbps | tot 1,7 Mbps |
| Google Meet | 1080p video | tot 3,6 Mbps | tot 3,6 Mbps |
| Google Meet | Groepsgesprek | vanaf 250 kbps | tot 4,0 Mbps |
| Google Meet | Alleen audio | 100 kbps | 100 kbps |
Bron: Microsoft Learn, Prepare your organization's network for Teams, en Google Workspace Admin Help, Prepare your network for Meet meetings & live streams. Geraadpleegd augustus 2026. Wij nemen deze cijfers over uit de documentatie van de leveranciers en meten ze niet zelf na. Zoom publiceert zijn eisen niet in een vorm die wij betrouwbaar kunnen citeren; de ordegrootte is vergelijkbaar.
Zelfs de zwaarste rij vraagt 4 Mbps. Vrijwel elke moderne verbinding haalt dat met gemak. Dat is precies waarom „mijn internet is 500 Mbps” niets zegt over de vraag of je goed kunt videobellen: het knelpunt is nooit de bandbreedte, maar wat er met je latentie gebeurt terwijl die twee stromen tegelijk lopen. Deze test meet met 3,5 Mbps per richting bewust ruim boven de aanbevolen waarden, en kijkt naar de latentie.
MOS staat voor Mean Opinion Score: een schaal van 1 tot 5 die de verwachte gespreksbeleving uitdrukt. Oorspronkelijk werd die score bepaald door mensen gesprekken te laten beoordelen. Wij berekenen hem in plaats daarvan uit onze metingen met het E-model van ITU-T-aanbeveling G.107.
Concreet: we schatten de eenrichtingsvertraging als de helft van je gemeten latentie plus tweemaal de jitter, zetten die om in een vertragingsstraf, tellen daar een verliesstraf van 2,5 punt per procent pakketverlies bij op, trekken het totaal af van een basiswaarde van 93,2 en rekenen de resulterende R-factor om naar een MOS. Die hele keten staat in de broncode van deze pagina; je kunt hem narekenen.
| MOS | Betekenis | Wat je merkt |
|---|---|---|
| 4,2 – 5,0 | Kristalhelder | Ook lange groepsgesprekken met schermdelen blijven vloeiend. |
| 3,8 – 4,2 | Uitstekend | Soepel; kleine variaties merk je in de praktijk niet. |
| 3,2 – 3,8 | Goed | Prima, maar bij zware groepsgesprekken kan beeldkwaliteit terugschakelen. |
| 2,6 – 3,2 | Matig | Af en toe haperingen, bevroren beeld of robotstem. |
| 1,0 – 2,6 | Slecht | Structureel onbruikbaar voor serieuze gesprekken. |
De grenswaarden hierboven zijn de gangbare interpretatiebanden zoals wij die toepassen; G.107 schrijft geen exacte labels voor.
Veel minder dan de meeste mensen denken. Microsoft geeft voor een 1-op-1 Teams-videogesprek 1,5 Mbps in beide richtingen als aanbevolen waarde, met 150 kbps als absoluut minimum; een Teams-vergadering vraagt aanbevolen 2,5 Mbps omhoog en 4,0 Mbps omlaag. Google noemt voor Meet tot 1,7 Mbps voor 720p en tot 3,6 Mbps voor 1080p. Alleen audio kan met 58 tot 100 kbps. Kortom: 5 Mbps in beide richtingen is voor vrijwel elk gesprek ruim voldoende.
Omdat bandbreedte bijna nooit de oorzaak is. Een videogesprek stuurt en ontvangt continu kleine pakketjes, en is daarom vooral gevoelig voor latentie, jitter en packet loss. Zodra iemand anders in huis gaat downloaden lopen de wachtrijen in je router vol en schiet je latentie omhoog — bufferbloat. Je snelheid blijft dan hoog terwijl je gesprek onbruikbaar wordt. Deze test meet precies dat: wat er met je latentie gebeurt terwijl er in beide richtingen verkeer loopt.
MOS is een schaal van 1 tot 5 voor verwachte gespreksbeleving. Vanaf 4,2 is het kristalhelder, 3,8 tot 4,2 is uitstekend, 3,2 tot 3,8 is goed maar kan bij zware groepsgesprekken terugschakelen, 2,6 tot 3,2 geeft af en toe haperingen of robotstem, en onder 2,6 is het structureel onbruikbaar. Wij berekenen de score met het E-model uit ITU-T-aanbeveling G.107 op basis van je gemeten latentie, jitter en pakketverlies.
Jitter is de variatie in aankomsttijd van pakketjes. Een constante ping van 60 ms is voor een gesprek prima, omdat de software die vertraging kan opvangen. Maar een ping die heen en weer springt tussen 20 en 200 ms is dat niet: de ontvanger weet niet hoe groot zijn buffer moet zijn en gooit te late pakketjes weg. Dat hoor je als robotstem en zie je als bevroren beeld. Onder 10 ms jitter is goed, boven 30 ms wordt het merkbaar.
Een kabel, met een ruime marge. WiFi is de oorzaak van het grootste deel van alle haperende gesprekken: het deelt één medium met alle andere apparaten en met de netwerken van je buren, wat direct jitter en packet loss oplevert. Wil je weten of een probleem bij je provider of bij je WiFi ligt, doe deze test dan één keer via WiFi en één keer via een kabel. Verschilt het sterk, dan is je WiFi de oorzaak en niet je verbinding.
Meet niet alleen je snelheid, maar ook je gedrag onder belasting. Deze test doet dat in twee fasen: eerst vijf seconden download en upload tegelijk op volle snelheid om je capaciteit te bepalen, daarna dertien seconden een gesimuleerd gesprek op ongeveer 3,5 Mbps per richting waarbij elke halve seconde de latentie wordt gemeten. Uit die metingen volgt een MOS-score en per scenario — 1-op-1, groepsgesprek, schermdelen — een oordeel.
In huis is dat meestal WiFi-interferentie of een overvolle routerwachtrij; buitenshuis kan het een overbelaste wijkverbinding of een probleem bij je provider zijn. Elk verloren pakketje is geluid of beeld dat nooit aankomt: je hoort woorden wegvallen of ziet het beeld bevriezen. Boven ongeveer 1 procent verlies wordt het merkbaar, boven 3 procent wordt bellen vervelend. Zie je verlies via een kabel terwijl je niets anders doet, meet dan op meerdere momenten en leg het voor aan je provider.