# Speedtest vergelijken

De meeste speedtests geven je drie getallen: download, upload en ping. Voor de vraag „haal ik mijn abonnement?” is dat genoeg. Voor de vraag „waarom voelt dit traag?” bijna nooit.

Hieronder staat per meetwaarde wat die je vertelt, wat er misgaat als je hem niet meet, en hoe PulseSpeed hem meet.

## Wat een complete verbindingsdiagnose meet

| Meetwaarde | Wat het je vertelt | Wat er misgaat zonder | Hoe PulseSpeed het meet |
| --- | --- | --- | --- |
| Download | Hoe snel je data kunt ontvangen. | Trage downloads, buffering bij streamen. | Meerdere parallelle streams, gemiddelde over de hele meting. |
| Upload | Hoe snel je data kunt versturen. | Trage cloudbackups, slecht beeld dat anderen van jou zien. | Meerdere parallelle streams, server streamt zonder buffering. |
| Ping (onbelast) | Reactietijd van je lijn in rust. | Vertraging in games en gesprekken. | 12 metingen, twee hoogste uitschieters verwijderd. |
| Jitter | Hoe ongelijkmatig pakketjes aankomen. | Robotstem, haperend beeld ondanks lage ping. | Gemiddeld absoluut verschil tussen opeenvolgende metingen. |
| Packet loss | Percentage pakketjes dat verdwijnt. | Wegvallende woorden, bevroren beeld. | Mislukte metingen worden geteld en apart gerapporteerd. |
| Bufferbloat | Hoeveel je latentie oploopt zodra de lijn belast wordt. | Gesprek hapert zodra iemand downloadt. De meest onderschatte oorzaak. | Ping gemeten tijdens actieve downloads; A tot F op basis van de toename. |
| Tweerichtingsbelasting | Gedrag bij gelijktijdig zenden en ontvangen. | Videobellen faalt terwijl elke losse meting goed is. | 3,5 Mbps omhoog én omlaag tegelijk, 13 seconden. |
| Langdurige stabiliteit | Of je lijn het óók over tijd volhoudt. | Dropouts en avondpieken die een test van 20 seconden nooit ziet. | 300 metingen over 5 minuten, elke seconde één. |
| MOS-schatting | Verwachte gespreksbeleving op een schaal van 1 tot 5. | Losse getallen zonder betekenis voor je daadwerkelijke ervaring. | ITU-T G.107 E-model over gemeten latentie, jitter en verlies. |
| IPv6 | Of je moderne adressering werkt. | Onbereikbare diensten, onnodige omwegen. | Aparte connectiviteitstest. |
| MTU | Grootste pakket dat zonder fragmentatie past. | Onverklaarbaar trage of vastlopende verbindingen. | Oplopende payload-groottes tot fragmentatie optreedt. |
| DNS | Welke resolver je gebruikt en wat die teruggeeft. | Trage naamresolutie, ongewenst meekijken. | Resolver-detectie plus lookups voor A, AAAA, MX, TXT en NS. |

## Waarom bandbreedte zelden het probleem is

Microsoft geeft voor Teams aan dat een 1-op-1 videogesprek met 1,5 Mbps in beide richtingen op aanbevolen kwaliteit draait, en dat HD onder 1,5 Mbps geleverd kan worden. Google noemt voor Meet tot 1,7 Mbps voor 720p en tot 3,6 Mbps voor 1080p. Dat zijn bescheiden getallen: vrijwel elke moderne verbinding haalt ze ruimschoots.

Toch haperen videogesprekken massaal. Niet omdat de bandbreedte ontbreekt, maar omdat latentie, jitter en packet loss wegzakken zodra er iets anders gebeurt op de lijn. Precies daarom test PulseSpeed op 3,5 Mbps per richting — ruim boven de aanbevolen waarden — en kijkt vooral naar wat er met je latentie gebeurt terwijl dat verkeer loopt.

Bronnen voor de bovenstaande getallen: Microsoft Learn, Prepare your organization's network for Teams, en Google Workspace Admin Help, Prepare your network for Meet meetings & live streams. Beide geraadpleegd in augustus 2026. Wij nemen deze cijfers over uit de documentatie van de leveranciers en meten ze niet zelf na.

## Wat PulseSpeed niet doet

Een eerlijke vergelijking noemt ook de grenzen. Dit zit niet in PulseSpeed:

- Wij kiezen geen meetserver voor je en bieden geen serverkeuze uit een lijst. Je meet altijd tegen het dichtstbijzijnde knooppunt van een wereldwijd verdeeld netwerk.

- Wij bewaren geen resultaten op onze servers. Dat betekent geen historisch overzicht over meerdere apparaten of maanden — je geschiedenis blijft in één browser.

- Er is geen mobiele app. De test draait in de browser, ook op mobiel, maar meet dan mede de browser-overhead.

- Wij meten geen mobiele netwerkdekking, signaalsterkte of provider-ranglijsten.

- Voor ruwe pieksnelheid op zeer snelle lijnen (meerdere Gbps) is een browsertest per definitie beperkt; daar loopt de browser eerder tegen zijn grens aan dan je lijn.

## Veelgestelde vragen

### Welke speedtest is de beste?

Dat hangt af van wat je wilt weten. Wil je puur weten of je de geadverteerde snelheid haalt, dan doet elke grote speedtest dat prima en hebben tests met een eigen wereldwijd servernetwerk daar de langste staat van dienst. Wil je weten waarom je verbinding traag áánvoelt terwijl de snelheid goed is, dan heb je metingen nodig die de meeste tests niet doen: bufferbloat, gedrag onder gelijktijdige belasting en stabiliteit over langere tijd. Daar is PulseSpeed op gebouwd.

### Wat is de meest uitgebreide speedtest?

Uitgebreid betekent het aantal geïsoleerde meetwaarden én of ze onder realistische omstandigheden gemeten worden. PulseSpeed meet twaalf grootheden: download, upload, onbelaste ping, jitter, packet loss, bufferbloat, gedrag onder tweerichtingsbelasting, stabiliteit over 5 minuten, een MOS-schatting, IPv6, MTU en DNS. De volledige methode staat openbaar beschreven, zodat je elke waarde kunt narekenen.

### Welke speedtest meet bufferbloat?

PulseSpeed meet bufferbloat standaard bij elke test: na de uploadmeting wordt de ping opnieuw gemeten terwijl er downloads draaien. Het verschil tussen rust-ping en belaste ping is de bufferbloat, beoordeeld van A (minder dan 5 ms toename) tot F (meer dan 200 ms). Er bestaan ook losse, gespecialiseerde bufferbloat-tests die alleen dat meten.

### Is een hogere download altijd beter?

Nee. Boven ongeveer 100 Mbps levert extra bandbreedte voor de meeste huishoudens nauwelijks merkbaar verschil op, terwijl latentie en stabiliteit dat direct wel doen. Een stabiele 50 Mbps-lijn met 15 ms ping en geen bufferbloat voelt sneller aan dan een gigabitlijn die onder belasting naar 300 ms wegzakt.

### Waarom wijkt mijn uitslag af van een andere speedtest?

Verschillende tests kiezen andere servers, andere testduur, een ander aantal parallelle verbindingen en een andere manier van gemiddelden nemen. Ook rekenen sommige in binaire megabits. PulseSpeed rapporteert in decimale megabits (1 Mbps = 1.000.000 bits per seconde) en beschrijft elke keuze op de methodologiepagina. Verschillen van 10 tot 20 procent tussen tests zijn normaal; verschillen van een factor twee wijzen op iets anders, meestal WiFi.

### Kan ik het resultaat gebruiken bij een klacht aan mijn provider?

Ja, met één voorwaarde: meet via een netwerkkabel, niet via WiFi. Een provider kan een WiFi-meting terecht afwijzen. Meet op meerdere momenten, waaronder tussen 19:00 en 22:00, en bewaar de stabiliteitstest — die laat dropouts zien die een momentopname mist.
